Wetenschap is meer dan een product, de promovendus meer dan een middel

"One finds limits by pushing them" - Herbert Simon

Iedere ochtend dat ik op Tilburg University aankom, zie ik bovenstaand citaat. Een mooi citaat, waarschijnlijk bedoeld om de medewerker te inspireren. In mijn ervaring blijkt het veelal schijn die het beeld van de universiteit als voorstrijder van de academische vrijheid hoog dient te houden. Wanneer het citaat via de inspiratie tot actie wordt omgezet, kan de medewerker stevige interne tegendruk verwachten in plaats van ruimte.

Ondanks dat de Nederlandse rectoren betogen dat wetenschap vooral vrij moet blijven van politici en bedrijven, wordt er intern nog flink aan de knoppen gedraaid en dat wordt wel okay geacht. Dit begint al tijdens het promotietraject en vervormt het nut van de promotie om kritische onderzoekers op te leiden.

Fabriekswetenschap

Deze knoppen komen in de vorm van rankings, publicaties turven, gretig financieringen verzamelen, citaties tellen, en andere “meetbare aspecten” van wetenschap waar onderzoek mee be- en gestuurd wordt. Wat deze dingen daadwerkelijk meten, valt te bediscussiëren, maar de maten worden naïef aangenomen als de kwaliteit van de wetenschapper en de wetenschap.

De onderliggende assumptie is dat alleen het meetbare aan de wetenschap telt wanneer het erop aan komt. De wetenschap vormt ook een geweten van de samenleving; als je alleen op meetbare aspecten wilt evalueren dan telt het geweten minder en worden cruciale, niet meetbare aspecten van wetenschap vervolgens verloochend. Geen jaarrapport kan pronken met hoe de academici de ethiek van het politiek debat heeft geholpen, maar dit doet er meer toe dan die stijging in een of andere ranking van 212 naar 158.

Het grootste probleem met deze benadering is dat wetenschappers tot productiemiddel en wetenschap tot product gereduceerd worden.

Publiceer je als onderzoeker in een “prestigieus” blad? Top, dan word je positief geëvalueerd. Kies je ervoor exact datzelfde artikel in een minder “prestigieus” blad te publiceren, word je minder goed geëvalueerd voor hetzelfde werk. Zie hier de vrijheid van de moderne universiteit. Zelfs nadat de VSNU collectief getekend heeft in 2014 dat dit soort evaluaties niet meer mogen, is de cultuurverandering op de werkvloer miniem. Ook een gezamenlijk besluit na polderen leidt tot gebrek aan daadkracht in dit geval, waar de Tilburgse rector het afgelopen week ongevoelig een “Afghaanse discussie” noemde (het is een probleem van het poldermodel, niet de Afghaanse cultuur nota bene).

Consequentie: de volgende generatie van promovendi worden nog steeds opgeleid na te denken over goede wetenschap als productie. Daarbovenop: het prestigieuze blad wil ook nog eens een mooiere bevinding zien en dwingt de wetenschapper in het proces ertoe de werkelijkheid simpeler en mooier te maken dan dat die is (de resultaten van de wetenschap worden “gephotoshopt”).

In wiens belang?

Al dit besturen wordt gedaan met het belang van de universiteit in gedachte, maar niet dat van de wetenschap. Op deze manier ondermijnt de universiteit juist haar eigen belang op lange termijn omdat het haar eigen onderzoekers opleid tot minder (zelf)kritische denkers. De universiteit lijkt haar plek in de wetenschap niet te erkennen en gaat voor eigenbelang door op de korte termijn te focussen.

Korte termijn opbrengsten in cijfertjes tellen voor de wetenschap niet. Wie het hoogleraarschap krijgt, telt voor het individu, maar niet voor de wetenschap. Lange termijn vooruitgang telt en dat wordt niet geholpen met dit soort kortzichtige ingerichte promotietrajecten om maar cijfertjes op te pompen.

Daarnaast weet je als promovendus niet waar je uit zult komen aan het begin van je project, (geen enkel project verloopt lineair) maar de Key Performance Indicators (KPI’s) zijn wat tellen, ook voor je promotie wordt vaak het aantal hoofdstukken geteld. Als de wetenschap gereduceerd wordt tot een product (wat het dus niet is), is de opleiding tot dr. dan ook veel minder vrij dan wanneer het tot een zelfkritisch denker en onderzoeker opleid.

Dehumaniserende werking

De persoon achter het resulterende productiemiddel wordt te makkelijk vergeten. Voor een begeleider kan een promovendus vier artikelen betekenen, maar hoe die tot stand komen en wat voor leed de promovendus doorheen gaat, ontglipt velen. Bijvoorbeeld, een professor verhuist zonder aankondiging naar het buitenland voor een nieuwe baan, zonder plan voor de mensen die deze achterlaat. Wie lijden eronder? De promovendi. Het reduceren tot productiemiddel dehumaniseert de promovendi. Onderzoeken lijken aan te geven dat de prevalentie van mentale stoornissen gedurende promotietrajecten hoog liggen (zie ook Folia en ScienceGuide), wat ik anecdotisch kan staven.

Ik ben ook één van die statistieken: vorig jaar heb ik een depressie gehad. Het is niet mijn bedoeling de vuile was buiten te hangen; ik wil vooral adresseren dat de bestuurlijke stappen die genomen worden wel degelijk gevolgen hebben. Ik hoop zo reflectie op te roepen bij zij die dit soort besluiten maken. De besluiten kunnen niet alleen mentale gevolgen hebben waar rekening mee dient te worden gehouden (management gaat verder dan prestaties, immers), maar ook de vrijheid inperken van de anderen die het zien gebeuren (i.e., een chilling effect). Door mij hier uit te spreken, hoop ik bij te dragen aan meer ruimte om problemen aan te kaarten, waarvan er zoveel zijn.

Ik deed afgelopen jaar voor mijn promotieonderzoek een Wob-verzoek bij een andere universiteit voor verdere informatie uit een integriteitsonderzoek. Mijn universiteit was al alert omdat ik een jaar eerder om geheel andere en privé-redenen Wob-verzoeken had gedaan bij meerdere universiteiten over het delen van beschermde data met de overheid. Ondanks dat een Wob-verzoek doen het goed recht van iedere Nederlander is, werd ik door mijn universiteit voor mijn onderzoeksgerelateerde Wob-verzoek op mijn vingers getikt. Dit in de vorm van een formele instructiebrief over mijn werkzaamheden en wat ik wel en niet mocht doen. Na inschakeling van rechtsbijstand heb ik mijn vrijheden kunnen verdedigen, maar bemoedigend was het verre van. Alle bijkomende stress zorgde er dus voor, in combinatie met wat er verder in mijn privéleven gebeurde, dat mijn mentale welzijn flinke klappen kreeg en als resultaat een depressie had waar ik met behulp van mijn vrienden doorheen ben gekomen.

De behandeling als productiemiddel dat slechts heeft te gehoorzamen heeft mij vervreemd van de instantie en ervoor gezorgd dat ik Tilburg University niet meer als universiteit zie maar als werkgever. Een werkgever die ik niet zomaar kan vertrouwen het beste met de wetenschap voor te hebben. Deze werkgever heeft er ook linea recta voor gezorgd dat ik na mijn promotie niet meer aan een universiteit verbonden wil zijn om wetenschap te doen, omdat het belang daar niet goed gediend lijkt te worden. Teveel gepassioneerde onderzoekers verlaten de universiteit door hoe het systeem ze behandeld.

Als ‘de voorhoede van de samenleving’ schreeuwen universiteiten dat alternatieve feiten de wetenschap bedreigen, maar tegelijkertijd schiet de universiteit zijn eigen streven voorbij om de ruimte te bieden betrouwbare, rigoureuze kennis te produceren. Dit is niet beperkt tot promovendi, maar betrekt ook bijvoorbeeld de tenure-trackers. Ik vraag me dan weleens af wie de grotere bedreiging is voor de wetenschap: alternatieve feiten of de intellectuele leegte die de universiteit nu lijkt te produceren?


De originele versie hiervan is gepubliceerd op ScienceGuide.